zondag 25 oktober 2009
donderdag 11 juni 2009
Op schattenjacht in Brugge of Orval?

Het boek van Louis Van Haecke, over het Heilig Bloed van Brugge, is werkelijk de moeite waard! Het start met enkele bladzijden over de herkomst van de naam "België" (Belgae fortissimi enz...) - wat ons meteen aan de etymologische hoogstandjes van Boudet herinnert.
Over voor de hand liggende ketters en ketterijen in verband met het Heilig Bloed - "usual suspects" als katharen, Tempeliers, de Graal... - rept hij met geen woord, misschien omdat zij pas sinds Baigent, Leigh & Lincoln en hun internationale bestseller "Het Heilig Bloed, de Heilige Graal" aan de oppervlakte kwamen. Maar deze man die door Joris-Karl Huysmans als een Super Satanist werd beschouwd (zie ook Een Satanist in Brugge) heeft het wel over de veel minder bekende ketterijen van het Orfisme (zie ook Memoires van Heer Halewijn) of van de Bogomielen.
Louis Van Haecke heeft het in zijn boek over het Heilig Bloed van Brugge uitgebreid over... het Heilig Bloed van Mantua. En als dit boek blijkt een soortement Da Vinci Code te bevatten, zou ik daar niet van opkijken. Zijn gebruik van voetnoten is nogal curieus en soms zelfs ronduit idioot: zo verwijst hij met een voetnoot al eens naar iets op de pagina ervoor of erachter. En het boek eindigt als volgt (zie ook Een Satanist in Brugge):

Last but not least, zijn er in het boek van Van Haecke over het Heilig Bloed van Brugge nogal wat referenties te vinden naar Nostradamus en zijn kwatrijnen waarin een tempel, een schat en/of een geheim aan bod komen, en die stuk voor stuk naar Orval lijken te verwijzen (zie ook: Nostradamus and the Lost Templar Treasure of mijn boek Nostradamus in Orval. Helemaal "out of the blue" vermeldt hij een kwatrijn waarin een Frans gezegde voorkomt over het verschil tussen een Bretoen en een Normandiër. En wie heeft ook al een beroemd kwatrijn over het verschil tussen een Bretoen en een Normandiër geschreven? Inderdaad.
Plotseling begint Van Haecke Christus ook aan te duiden als "le Verbe éternel", "le Verbe incarné", "le Verbe" of "le Verbe de Dieu"; hij doet dit op een tweetal pagina's en dan niet meer en hij heeft deze omschrijving ook niet eerder gebruikt. Nu is "le Verbe de Dieu" een synoniem van "le Verbe Divin"... en heeft Nostradamus nogal wat kwatrijnen waarin "le Divin Verbe" voorkomt, en die naar ik meen eveneens naar Orval verwijzen, en zelfs naar de tombe van Bernard de Montgaillard (ik heb daarover óók uitgebreid geschreven in "Nostradamus in Orval").
Q 27, C II bijvoorbeeld:
Le divin verbe sera du ciel frappé,
Qui ne pourra proceder plus avant:
Du reservant le secret estoup,
Qu'on marchera par dessus & devant.
Het goddelijke woord zal uit de hemel geslagen worden en wie niet verder zal kunnen gaan, zal geconfronteerd worden met een geheim dat opgesloten is met de oplossing, en waar men overheen wandelt...
Dus... Wie gaat er mee op schattenjacht naar Brugge? Of naar Orval?
maandag 29 december 2008
Uit "Nostradamus in Orval"
(Dit fragment uit de historische thriller "Nostradamus in Orval" maakt deel uit van de online schattenjacht, die start met een klik op deze titel!)
Profetieën kunnen nog zo juist zijn, als er niet naar gehandeld wordt, hebben ze geen enkel effect op toekomstige gebeurtenissen. Als er wél naar gehandeld wordt, hebben we niet meer te maken met een toekomstvoorspelling, maar met een toekomstplàn. Vele zogeheten voorspellers hebben de zelfvervullende kracht van een profetie waaraan voldoende geloof wordt gehecht bijzonder goed ingeschat. Merlijn, de tovenaar van de legendarische koning Arthur, schijnt gezegd te hebben dat hij noch voor het volk, noch voor het hof anders wenste te spreken dan in een obscure taal: ‘Zo zal men niet weten wat ik bedoel tot het voorzegde plaatsvindt.’
Een ware meester in deze speciale vorm van waarzeggerij was Michel de Nôtre Dame, die vooral onder zijn Latijnse naam bekendheid heeft verworven. Michael Nostradamus werd geboren op 14 december
De naam Nostradamus is een gelatiniseerde versie van ‘de Notre Dame’, wat erop wijst dat de vader van Michael werd bekeerd tot het katholieke geloof in een kerk die aan Maria was gewijd. Waarschijnlijk zijn de ouders van Michaels vader uit Spanje gevlucht voor de Inquisitie, die de joden op dat moment fanatiek vervolgde. Velen weken uit naar de Provence, waar een grotere godsdienstvrijheid heerste en waar men een uitgebreide medische kennis of belangstelling voor de kabbalistiek niet meteen brandmerkte als hekserij of ketterij. Ondanks het virulente antisemitisme in het vijftiende eeuwse Europa bleef de christelijke maatschappij ondertussen sterk beïnvloed door joodse magie en wetenschap.
Michaels grootvader van moederszijde bracht hem liefde voor de sterren bij, zodat buren en kennissen hem al gauw omschreven als ‘de kleine sterrenvriend’. Na de dood van zijn geliefde grootvader trok Nostradamus naar Avignon, waar hij humanistische wetenschappen studeerde. Hij voelde zich evenwel vooral aangetrokken tot de klassieke filosofie en was dan ook net zo vertrouwd met het Grieks-Romeinse pantheon als met de God en de heiligen van de christelijke wereld.
Op tweeëntwintigjarige leeftijd schreef Nostradamus zich in aan de universiteit van Montpellier, die een grote faam bezat op medisch gebied. Toen de gevreesde Zwarte Dood toesloeg in het zuiden van Frankrijk, werd de universiteit gesloten. De jonge Nostradamus vluchtte niet, maar zocht met alle macht naar middelen om deze als onoverwinnelijk beschouwde vijand te verslaan. Hij werkte in Narbonne, Toulouse en Bordeaux… en vooral, hij bleef gezond. Toen de pestepidemie was uitgewoed, in 1529, behaalde hij zijn doktersbul.
Nostradamus doceerde een tijdje in Montpellier. Daarna vestigde hij zich als arts in Agen, een stadje aan de Garonne. Hij trouwde met Anna de Cabrejas, een jong en mooi meisje uit Perpignan. Kwatongen beweerden dat hij, de grote kruidendokter, druk in de weer was geweest met het brouwen van een liefdesdrankje. Het paar kreeg twee kinderen – een jongen en een meisje -, maar zowel zijn vrouw als zijn kinderen vielen in 1539 ten prooi aan een toen nog onbekende ziekte, waarschijnlijk difterie. Geschokt keerde hij Agen de rug toe en trok, in de voetsporen van collega en tijdgenoot Paracelsus, als ‘ambulant geneesheer’ door Frankrijk, de Lage Landen en Italië. Daarbij ging hij ook die andere volksziekte – syfilis – te lijf. In die jaren zou Nostradamus ook de abdij van Orval hebben bezocht; hij zou er zelfs een hele tijd gewoond en gewerkt hebben. De abdij bezat immers een beroemde kruidentuin, die ten zeerste tot zijn verbeelding sprak.
In 1546 werd Nostradamus door een speciale gezant opgespoord en naar Aix geroepen, waar opnieuw een grote pestepidemie was uitgebroken. De nu reeds zeer ervaren arts bestreed de ziekte met een zelf uitgevonden recept. Zijn uit diverse kruiden samengesteld aromaticum, dat in de mond genomen moest worden om besmetting te voorkomen, redde honderden levens. Toen hij enkele jaren later opnieuw in Aix kwam, moest hij zich zelfs verbergen om aan de massale dankbetuigingen te ontkomen.
In 1548 riep men Nostradamus naar Salon de Craux (nu Salon-de-Provence) omdat ook daar de pest was uitgebroken. Hier hertrouwde hij met de voorname en welgestelde Anna Pontia Gemella. In Salon zou hij zich pas echt ontpoppen als de ‘ziener’ die door een mysterieuze macht naar voor de gewone sterveling ontoegankelijke hogere sferen gedreven werd. Zijn tweede huwelijk was zeer gelukkig; hij kreeg drie zoons en drie dochters. Van zijn oudste zoon, Caesar, koesterde hij grootse verwachtingen. Reeds beroemd als bestrijder van de pest, brachten zijn profetische gaven hem in contact met de machthebbers van zijn tijd. Koning Hendrik II van Frankrijk ontbood hem aan het hof, nadat in 1555 de eerste serie centuriën verschenen was.
Tegen het einde van zijn leven werd de sociale positie van Nostradamus tamelijk benard. Men verdacht hem ten onrechte van calvinistische overtuigingen en slechts zijn allerbeste betrekkingen met het koningshuis wisten het inquisitorische zwaard van Damocles af te wenden. Zijn werken zouden dan ook pas in 1781 door het pauselijk gerechtshof veroordeeld en op de index van verboden boeken geplaatst worden.
Op de avond van de eerste juli 1566 voelde Nostradamus zich vrij goed. Nochtans zei hij tot een vriend dat men hem bij zonsopgang niet meer levend zou aantreffen. Op de ochtend van de tweede juli vond men de ziener inderdaad dood naast zijn bed. Zijn stoffelijk overschot werd bijgezet in de wand van de franciscaner kerk te Salon. Later verhuisde zijn gebeente naar de kerk van Saint Laurent.
De oudste zoon van Nostradamus, Caesar, ontwikkelde zich tot een belangrijk wetenschapper en historicus. Zijn tweede zoon, die eveneens Michael heette, koos voor een astrologische carrière. Zo voorspelde hij een brand in de stad Le Pourzin. Toen zijn voorspelling weigerde uit te komen, stak hij zelf het vuur aan. Hij werd in 1574 ter dood gebracht. De derde zoon van Nostradamus ging in het klooster; zijn oudste dochter trouwde met een edelman en de beide andere dochters bleven ongehuwd.
Zoals nogal wat andere contemporaine geleerden die veel en ver reisden, schijnt Nostradamus een aardig centje bijverdiend te hebben als spion. Zo zou hij voor de koning van Frankrijk en de hertog van Savoye gespioneerd hebben, en voor de kardinaal van Lotharingen zou hij als geheim agent gewerkt hebben.
Nostradamus was een veelzijdig auteur. Tijdens zijn leven was vooral zijn Almanak ten zeerste in trek, een kalender met voorspellingen voor het boerenbedrijf. In dit maandelijkse orakel deed hij op een versluierde wijze voorspellingen die ook betrekking hadden op andere onderwerpen. De Almanak werd door hebzuchtige drukkers meermaals vervalst. Het waren echter de centuriën, zijn levenswerk, die hem onsterfelijk maakten.
Over de verschijningsdatum van de eerste volledige én authentieke uitgave van dit honderden malen herdrukte werk blijven de deskundigen het tot op de dag van vandaag oneens. Wim Zaal stelt in De verlakkers ronduit dat ‘de meeste zogenaamde vervulde profetieën vals’ zijn: ‘De eerste uitgave van Nostradamus’ werk verscheen in 1555 en bevatte drie complete Centuries van honderd kwatrijnen plus een deel van boek vier. De volgende uitgave, die twee jaar later van de pers kwam, bevatte zes volledige boeken en veertig kwatrijnen van Centurie zeven. Meer dan die 640 vierregelige verzen heeft “de ziener van Salon” niet uitgegeven. Pas na zijn dood kwam in 1568 een nieuwe editie uit, met ruim driehonderd dichtspreuken vermeerderd: negen Centuries van honderd kwatrijnen, en één, de zevende, van tweeënveertig. Latere uitgaven bevatten almaar nieuwe toevoegingen (nog in 1968 heeft weer een reeks kwatrijnen het licht gezien) en vooral bij die nakomertjes zitten de opzienbarende treffers, strijk en zet nà hun vervulling gedrukt. En dat is niet alles. Om de geloofwaardigheid van de profeet te verhogen werd soms met het jaar van verschijnen geknoeid: zo bleek een beroemde editie van Pierre Rigaud, van het jaar
De centuria, centuriën of Centuries slaan niet op perioden van honderd jaar, maar op een reeks voorspellingen waarvan er telkens honderd in een hoofdstuk werden opgenomen. Daarnaast zijn er nog twee inleidingen bekend, opgedragen aan Nostradamus’ zoon Caesar en aan ‘Hendrik de Gelukkige’ van Frankrijk. De eveneens profetische voorwoorden zijn geschreven in proza, de eigenlijke centuriën bestaan uit kwatrijnen.
Om de inquisitie niet wrevelig te stemmen en om paniek te vermijden, heeft Nostradamus zowel zijn poëtische centuriën als zijn prozaïsche inleidingen in een hermetische, symbolische taal neergeschreven. Tevens werd de chronologie verbroken. In het voorwoord aan zijn zoon deelt Nostradamus mee dat er ‘een sleutel’ bestaat, waarmee men de oorspronkelijke historische volgorde kan herstellen. Tot op dit ogenblik is geen enkele onderzoeker erin geslaagd deze sleutel te vinden. Ten slotte gebruikt Nostradamus in zijn verzen ook een mengeling van woordspelingen en anagrammen (‘Paris’ wordt bijvoorbeeld ‘Ripas’) in het Frans, Latijn en soms zelfs in een taal van eigen makelij.
Een brief aan zijn zoon Caesar schetst zijn denkbeelden en werkwijze: ‘De sterren voorspellen door Gods adem. Ze nemen deel aan het wezen van de profetie. God geeft zijn toekomstvoorspellingen door middel van vurige, lichtbrengende boodschappers.’
Omstreeks middernacht ging hij vaak de wenteltrap op die naar het platte dak van zijn huis leidde, waar hij door niemand gestoord kon worden. Hij ging voor een krukje zitten en legde een laurierstok tussen de drie poten. Reeds in de Oudheid was de laurier het attribuut bij uitstek van de ziener; we treffen een dergelijke twijg ook aan in de onmiddellijke nabijheid van de Pythia. Op het krukje plaatste hij een kristallen schaal met water, waarin hij de sterren weerspiegeld kon zien, en daarna besprenkelde hij de zoom van zijn mantel en zijn voeten. Dit alles zou men kunnen omschrijven als een concentratiebevorderend ritueel.
Zonder een woord te zeggen, tuurde Nostradamus nu een tijd lang in het water, tot hij door Gods adem werd bezeten. Dan werd hij gegrepen door visioenen: beelden van oorlog, hongersnood, aardbevingen, brand en ander onheil. Zolang de stemmen in zijn innerlijk zich roerden, schreef hij op wat ze hem vertelden, in een boek van perkament. Dat ging zo door tot het ochtendgloren.
Nostradamus maakte voor zijn voorspellingen gebruik van een vreemd mengsel van wetenschap en intuïtie. Indien hij een agent was van de huizen van Guise en Lotharingen, zou hij echter niet alleen verantwoordelijk geweest zijn voor het verschaffen van belangrijke informatie met betrekking tot de plannen van de dynastie, maar kon hij dank zij zijn functie als astroloog van het Franse hof ook de hand leggen op allerlei geheimen. Door in te spelen op de kwetsbare trekjes waarmee hij in de loop der jaren vertrouwd was geworden, kon hij koningen, koninginnen en gezagsdragers bovendien psychologisch manipuleren. Een aantal van Nostradamus’ profetieën moeten bijgevolg misschien niet in de eerste plaats beschouwd worden als voorspellingen, maar als cryptische boodschappen of instructies, een plan de campagne, een blauwdruk voor aanbevelenswaardige, nog te ondernemen acties, enzovoort.
Dit schijnt ook het geval te zijn met wat als zijn beroemdste kwatrijn wordt beschouwd. Toen Nostradamus door koning Hendrik II in audiëntie werd ontvangen, was vooral diens vrouw Catharina de Medici – een geslepen intrigante en verwoed beoefenaarster van het occulte – begeesterd door de volgende verzen van Nostradamus:
Le lyon jeune le vieux surmontera,
En champ bellique par singulier duelle,
Dans caige d'or les yeux luy crevera:
Deux classes une, puis mourir, mort cruelle.
Voor de jonge leeuw bijt de oude in ’t zand,
Bij een tweegevecht in het krijt, want
Hij zal hem de ogen uitsteken in een kooi van goud.
Wrede dood voor één van de twee, hij is oud!
Het kwatrijn werd reeds in 1555 gepubliceerd. Vier jaar later, tijdens een toernooi ter gelegenheid van de bruiloft van zijn dochter, trad Hendrik ‘in het krijt’ tegen zijn oude vriend en loyale dienaar Gabriel de Montgomery, kapitein van de Schotse Garde. Toen de lansen van de beide mannen splinterden, zoals ze overigens behoorden te doen, wierp Montgomery zijn gebroken wapen niet meteen in het zand. Een stuk van de lans drong door het vizier van Hendriks helm en trof hem in het rechteroog. Hij stierf een afschuwelijke dood.
Sommige hovelingen koesterden argwaan, maar de meesten hielden het bij een ongeluk. Gabriel de Montgomery diende zijn ontslag in als kapitein van de Schotse Garde en trok zich terug op zijn landgoed in Normandië. De dood van Hendrik II kwam de families van Guise en Lotharingen bijzonder goed uit, en het was doorgaans met deze families dat Nostradamus werd geassocieerd.
Catharina had altijd alles over toekomstige samenzweringen, gifmengerijen en andere intriges willen weten. Dit was immers zeer nuttige informatie voor een politica van haar kaliber. En nu bleek Nostradamus dergelijke zaken werkelijk te kunnen voorspellen. Was hij dan geen charlatan, maar een heus profeet? Na vijfenveertig sessies met Nostradamus zou Catharina ten slotte bezocht worden door een engel die haar alles vertelde over wat haar familie moest overkomen…
DE CODE VAN NOSTRADAMUS
In de voorspellingen van Nostradamus zou tijdens de Franse Revolutie een code verwerkt, zijn die zou leiden naar de tijdens de Franse Revolutie verloren gegane Schat van Orval... Je kunt nu zelf op schattenjacht gaan en proberen de Nostradamus Code te ontcijferen. In dat geval zul je alvast enige oefening kunnen gebruiken. Wie of wat wordt bijvoorbeeld bedoeld in onderstaande voorspellingen van Nostradamus?
Zijn naam, nog nooit door een Franse koning gedragen:
Nimmer weerklonken zulke vreselijke donderslagen!
Zie hoe Italië, Spanje en Engeland beven.
Aan vreemde vrouwen zal hij veel aandacht geven.
Beesten zwemmen gek van honger over de river.
egen Hister is ’t grootste deel van ’t leger hier.
De grote wordt voortgetrokken in een ijzeren tent,
Wanneer het Germaanse kind geen wet meer erkent.
Naar de haven van twee steden
Zal men twee ongekende plagen leiden.
Om hulp van God schreeuwen in hun gebeden
Zij die aan honger, pest en het zwaard nu lijden.
Het oude werk zal worden voltooid
Als men van het dak groot onheil op de man gooit.
Een onschuldige, die gedood wordt, zal men beschuldiging bezorgen.
De schuldige houdt zich in het wazige kreupelhout verborgen.
Van de mensenkudde zullen er 9 afgezonderd worden van oordeel en van raad.
Hun lot zal bepaald zijn bij hun vertrek.
De onrijpe vrucht zal een groot schandaal veroorzaken en veel gepraat.
Grote blaam, voor de ander aan lof geen gebrek.
De antwoorden zijn hier te vinden (en daar vind je trouwens ook een volgende opdracht!).
zaterdag 19 januari 2008
Lodewijk XVII, Louis XVII - de verloren dauphin de France
Uit NOSTRADAMUS IN ORVAL:
ll Ik had het niet beter kunnen uitdrukken. We moeten ons in de eerste plaats de vraag stellen wat Naundorff wist dat wij niet weten. Wat is hij te weten gekomen? Welke piste heeft hij gevolgd? Ik stel mij nu al jaren dit soort vragen… In verband met de oorlogskas heeft men gedacht aan de onderaardse ruimten van de citadel van Montmédy. De zalen en galerijen bestaan nog altijd en verkeren in perfecte staat. Ze zijn al meer dan eens onderzocht, zonder resultaat. Anderen nemen aan dat de schat werd verborgen in de onderaardse gang die de Refuge van Montmédy destijds verbond met de abdij van Orval. Zowel in de Refuge als in de abdij werden kamers in gereedheid gebracht om de koninklijke familie te herbergen. Ook deze Refuge bestaat vandaag de dag nog altijd, maar niemand is er tot nu toe in geslaagd de fameuze geheime gang te vinden, die ongeveer vijftien kilometer lang moet zijn geweest. Er zijn geruchten die de oorlogskas situeren in het Maison Mathieu in Montmédy, of in de grotten van het hotel van Chevalier Michel, dicht bij de kerk van Saint Nicolas. Op een bepaald ogenblik beweerde men dat de schat moest gezocht worden in de oude mijnschachten, de Grand Puits die in de onderaardse gangen vertrokken en een diepte van op zijn minst tachtig meter hadden. Niemand is ooit zo gek geweest deze claim te verifiëren. In 1793, toen de abdij in puin werd gelegd, woonde er geen enkele monnik meer in Orval. Alleen abt Mitré hing er nog rond. De Fransen brachten karrenvrachten vol marmer mee naar huis, maar geen schat. In 1803 werden duizenden volumes uit de abdijbibliotheek openbaar verkocht. Het klooster verviel tot een ruïne, maar waar was de oorlogskas gebleven? Alleen Mitré wist er meer van, maar hij was eveneens spoorloos. Men ging op zoek naar de bron van zekere geluiden die werden waargenomen onder de aarde, afkomstig van niet minder dan dertien ondergrondse kanalen – zo dacht men, tenminste. Elk kanaal droeg trouwens de naam van een apostel en het laatste had die van Jezus. Soit. De eerste ernstige expeditie dateerde van 1813. Een aannemer die een nieuwe zoektocht bekostigde, werd toen door zijn medewerkers omgebracht. Men weet nog steeds niet waarom of in welke omstandigheden het precies gebeurde. Korte tijd later verklaarden twee stropers dat ze de tijdens de Revolutie de monniken van Orval bij nacht en ontij een zware kist hadden zien verbergen in het woud, dicht bij een menhir die de Blanc wordt genoemd… Voel je ‘m komen?
md Het kwatrijn van Nostradamus over de arrestatie in Varennes en de vlucht naar Orval… Daarin komt ook ‘een witte steen’ voor…
ll Proficiat, mijn waarde!... Nostradamus houdt de sleutel van al deze mysteries in zijn handen, daar kan geen twijfel over bestaan. Karel Rombaut was er ook al achter gekomen, zij het dan in verband met de kwestie van de verloren dauphin. En Naundorff wist het. Ik ben ervan overtuigd dat hij De Profetie van Orval en bepaalde kwatrijnen van Nostradamus als leidraad heeft gebruikt.
md Kwatrijn 20 van de negende centurie?
ll Of kwatrijn 34 van de negende centurie. Het eerste vers gaat ongeveer als volgt: ‘Le part solus, mary sera mitré.’ Dat vertaalt men gewoonlijk als: ‘Een deel staat alleen, gemijterd en vervuld van verdriet.’ Het oude Franse woord ‘mary’ betekent immers zoveel als ‘vervuld van verdriet’ en ‘gemijterd’ slaat op de Frygische muts die Louis XVI kreeg opgezet – het symbool van de Revolutie – en waarmee hij werd bespot, gescheiden van de rest van zijn familie (‘een deel staat alleen’) toen in 1792 het paleis van de Tuilerieën werd bestormd door vijfhonderd Marseillanen. Ook het getal 500 en ‘le thuille’ – de Tuilerieën – komen in het kwatrijn voor, net als de namen van kruidenier Sauce uit Varennes en de gematigde minister van oorlog, Narbonne. Dat zijn dus meer dan voldoende aanwijzingen om hier een voorspelling in te zien van de vlucht van Louis XVI naar Orval en de nare gevolgen daarvan, meer dan een jaar later, voor de koning. De aanval op de Tuilerieën wordt algemeen beschouwd als de opmaat tot de afschaffing van het koningschap. En als klap op de vuurpijl vinden we in dit kwatrijn ook de naam van de laatste abt van Orval terug…
md Mitré…
Verken Orval met Google Earth, en neem misschien ook nog maar eens een kijkje in Montmédy!
(http://earth.google.com/download-earth.html)
Bekijk hier het filmpje over Karl Wilhelm Naundorff die als "Lodewijk XVII" begraven ligt in Delft:
Uit NOSTRADAMUS IN ORVAL:
In de loop der tijden werden in Orval alle mogelijke beroepen uitgeoefend. Binnen de muren van de abdij bevonden zich een molen, een brouwerij, een smidse met smeltoven, een zagerij, een slotenmakerij, een walsbedrijfje, een lakenweverij, een volderij. In het gastenhuis kregen armen en vreemdelingen onderdak. Het kloosterpand bestond verder uit de Onze Lieve Vrouwkerk, een kapittelzaal, de refter, het abtenkwartier, kapellen en de slaapzalen voor de broeders. En dan mogen we ook de novicenkwartieren, de feestzaal, de tuinen – waaronder de beroemde kruidentuin die Nostradamus destijds al speciaal had aangesproken –, de erepleinen en zelfs een gevangenis niet vergeten.
In 1761 legde men de eerste steen van een nieuw complex, ontworpen door de befaamde architect Laurent-Benoit Dewez. De kerk werd in 1782 gewijd. Bijna op de kop af twee jaar na de mislukte vlucht van de koninklijke familie naar Orval, op 23 juni 1793, bombardeerden Franse troepen zowel het oude als het nieuwe klooster, plunderden de gebouwen en staken ze ten slotte in brand. Het hele domein werd geconfisceerd. Vanaf 1927 kwamen er zich opnieuw monniken in Orval vestigen, met de bedoeling de cisterciënzer orde op die plek nieuw leven in te blazen. Het moderne heiligdom werd in 1939 ingezegend en verheven tot de rang van ‘basilica minor’.
Toen de Franse orkaan over de abdij raasde, vluchtten vele monniken naar Luxemburg. Anderen voelden zich zelfs daar niet veilig en zochten een toevlucht in Rusland. Nog lang nadien kon men de dorpelingen van Villers-devant-Orval met trillende stem horen vertellen hoe ze de paters bij nacht en ontij allerlei voorwerpen in de grond hadden zien stoppen, voordat ze bij somber kaarslicht en in een stilzwijgende rij met de noorderzon verdwenen.
De arme boeren hadden steeds vol ontzag opgekeken naar de enorme gebouwen van de abdij. Het enige goud dat zij ooit zagen, blonk in de handen van de paters. Voor hen stond het als een paal boven water: tijdens die spookachtige nacht verstopten de monniken hun schatten, waaronder zich ongetwijfeld de Franse kroonjuwelen bevonden, het persoonlijke fortuin van de Bourbons, de soldij voor de soldaten van generaal de Bouillé en een oorlogskas die de contra-revolutie mogelijk moest maken.
Dat Orval, Nostradamus, de vlucht naar Varennes en de Franse Revolutie wel degelijk alles met elkaar te maken hebben, wordt niet alleen door dit legendarische verhaal bewezen. ‘Er is een samenzwering,’ schreef Marat in l’Ami du Peuple, nog voor de vlucht van de koninklijke familie een feit was, ‘om de koning met geweld naar de Lage Landen te ontvoeren, onder voorwendsel dat zijn zaak er een is van de koningen van Europa. Zijn jullie dan imbecielen, dat jullie geen stappen ondernemen om de vlucht van de koninklijke familie te verijdelen? Parijzenaars, stommelingen die jullie zijn! Ik krijg er genoeg van jullie steeds weer te moeten vertellen dat de koning en de dauphin achter slot en grendel gezet en dat de Oostenrijkse en de rest van de familie gevangen genomen moeten worden. Als ze ontsnappen, zou dat rampzalig kunnen worden voor de natie! Een vlucht zou het leven van drie miljoen Fransen kunnen kosten!’
Na de vlucht van de koninklijke familie schreef Marat dat men in de abdij van Orval ‘voor de tiran een feest, onderdak en gezelschap voorbereidde’. Dit bericht stond trouwens ook al te lezen in de Moniteur van 30 juni 1791, vijf dagen na de terugkeer van de koning in Parijs. Uit welke bron hadden de redacteurs dit vernomen? De enigen die ervan op de hoogte waren dat Orval als een toevluchtsoord van de laatste kans kon gelden, waren generaal de Bouillé, het koningspaar en… Nostradamus. De naam ‘Orval’ kwam in kwatrijn K20, C9 voor in de vorm van een anagram (‘vaultorte’) van de oude schrijfwijze ‘Orvault’.
Tijdens de laatste dagen van juni 1791 stapte een groepje vermoeide en stoffige ruiters af in de portierswoning van de abdij. Ze leken uit Frankrijk te komen en werden duidelijk in grote ongerustheid verwacht. Boeren die voor de monniken een of ander klusje opknapten, waren getuige van teleurgestelde kreten, gevolgd door geheimzinnig gefluister en hoog oplaaiende discussies. Toen viel de deur dicht achter de rug van de onbekende reizigers.
Op 30 juni 1791 zouden deze ooggetuigen, gesteld dat zij konden lezen, in de Moniteur meer kunnen vernemen hebben over dit mysterieuze tafereel. De ongelukkige koning was aangehouden te Varennes, zodat niet hij maar de markies de Bouillé en zijn officieren door de monniken werden verwelkomd. Volgens sommigen zou de generaal op dat ogenblik reeds het fortuin van de Bourbons overgenomen hebben van hofkapper Leonard.
De cisterciënzer abdij was slechts een boogscheut verwijderd van de grens. De monniken begrepen dadelijk dat deze schat een gemakkelijke prooi vormde voor de revolutionairen, die waarschijnlijk ook een speciaal appeltje te schillen hadden met contrarevolutionaire geestelijken die bereid waren ‘de grote monarch’ en zijn gevolg in hun midden te laten onderduiken. Bijgevolg verstopten zij de juwelen, het goud en hun eigen kostbare bezittingen, terwijl de archieven en de bibliotheek van de abdij naar Luxemburg geëvacueerd werden.
Volgens de dorpelingen lag hierin de verklaring voor de furieuze manier waarop de Franse generaal Loison op de tweede verjaardag van de vlucht van Louis XVI de abdij in puin schoot, plunderde en ten slotte in vuur en vlam zette. De verborgen schatten kwamen daarbij evenwel niet aan de oppervlakte. Niet verwonderlijk, omdat het verhaal als zouden de monniken ‘een schat’ verstopt hebben, als een sage mag worden beschouwd – een wat al te naïeve weergave van de feiten die zich hadden voorgedaan. Operatie K20, C9 mocht dan op een tragikomische wijze geëindigd zijn als een complete mislukking, dit falen kan in geen geval toegeschreven worden aan generaal de Bouillé. Hij had er de koning en de koningin meer dan eens op gewezen dat de étiquette, of amateurs als hofkapper Leonard of de graaf von Fersen, geen rol mochten spelen in een aantal cruciale fasen van wat de ijzervreter in eerste instantie als een militaire operatie beschouwde, die hij ook als dusdanig had voorbereid. Maar Louis XVI en vooral Marie Antoinette hadden er anders over beslist.
We kunnen onmogelijk aannemen dat generaal de Bouillé een essentieel onderdeel van het plan dat tot zijn bevoegdheid behoorde, op dezelfde amateuristische wijze ten uitvoer heeft gebracht als von Fersen of Leonard deze zaak hebben aangepakt. Generaal de Bouillé was verantwoordelijk voor het sluitstuk van Operatie K20,C9: het organiseren van de contra-revolutie vanuit de citadel van het grensstadje Montmédy en het financieren van ‘storm, vuur, bloed, bijl’ door middel van een oorlogskas die zich net over de grens met de Oostenrijkse Nederlanden bevond, op het domein van de abdij van Orval.
De citadel van Montmédy, een indrukwekkend militair bolwerk, werd ontworpen door diverse strategische experten in vestingwerken, onder wie de beroemde architect van de Zonnekoning, Vauban. Generaal de Bouillé had talentvolle ingenieurs en een aanzienlijk contingent genietroepen tot zijn beschikking. Hij zou de bewaring van de oorlogskas heus niet hebben overgelaten aan een stelletje monniken. Dat de generaal ‘de schat van Orval’ – op weer andere aanwijzingen van Nostradamus – niet alleen op een ingenieuze wijze heeft verborgen maar ook beveiligd, mochten niet alleen de initiatiefnemers van recente expedities ondervinden. In 1814 vormde er zich reeds een eerste groep schattenjagers, die onder de bescherming van de nacht met man en macht her en der op de terreinen van de abdij tunnels en putten begonnen te graven. Twee jaar lang zochten deze ‘Nachtridders’ (door Paul Féval onsterfelijk gemaakt in zijn roman Les Errants de la Nuit) tussen de ruïnes van de abdij naar mogelijke sporen van de schat; daarna verlegden ze hun werkzaamheden naar de vijvers van het klooster. Honderden kubieke meters grond werden in het grootste geheim omgewoeld, zonder resultaat. Uiteindelijk moesten ze hun vermetele speurtocht met de dood bekopen: één van de tunnels stortte in en bedolf tweeëntwintig Nachtridders, die allen de verstikkingsdood stierven.
Later zou de kamerheer van Willem I, graaf de Geloes, bezeten raken van de schat van Orval. In 1829 kocht hij de ruïnes van de abdij op en elf jaar later stichtte hij een NV, waardoor de exploitatie van het domein werd geregeld. Artikel 11 van de oprichtingsakte bepaalde dat alle waardevolle zaken die gevonden werden op of onder de grond van Orval aan de graaf toebehoorden. Hij diende de speciale opzoekingen wel uit zijn eigen zak te financieren en spendeerde dan ook zijn volledige fortuin aan het najagen van een illusie.
Graaf de Geloes had immers niet voldoende aandacht geschonken aan een cruciaal gegeven, waar nochtans voortdurend op gehamerd werd door de enige echte Louis XVII, die als Louis Charles Rombaut opgroeide in het onbetekenende Herne: ‘Wie de schat van Orval wil vinden,’ vertelde hij zijn kinderen, ‘moet Nostradamus lezen.’
Verken de streek van Orval met Google Earth!
(http://earth.google.com/download-earth.html)
En klik op de titel voor een nieuwe opdracht!
Ben je hier toevallig terechtgekomen en wil je ook mee op schattenjacht gaan en het verloren Fortuin van de Bourbons opsporen, neem hier dan eerst even een kijkje!
dinsdag 12 juni 2007
Edgar Casey, Decoding the Past/The Other Nostradamus - een documentaire van History Channel.
Mystères - programma's uitgezonden op TF 1 tijdens de jaren negentig:
Exorcisme 1
Exorcisme 2
Exorcisme 3
Nostradamus
Hypnose / Hypnotiseur
Jumeaux
La lune
L'affaire de Glozel 1
L'affaire de Glozel 2
L'affaire de Glozel 3
Alain Guillo 1
Alain Guillo 2
Edgar Cayce - medium 1
Edgar Cayce - medium 2
Ecriture automatique 1: Isabelle
Ecriture automatique 2: Isabelle
Poltergeist 1
Poltergeist 2
OVNI en Belgique
Anges Gardiens 1
Anges Gardiens 2
Mortemer
Le château hanté 1
Le château hanté 2
La maison qui saigne 1
La maison qui saigne 2
La maison hantée 1
La maison hantée 2
Vampire 1
Vampire 2